Turfjes

Kijkend naar de website, dan zien we de Peel. In de Peel werd turf gestoken en later in ronde piramides neergelegd. Onderling ver genoeg van elkaar om de wind er door te laten. Maar wel steunend op elkaar. Eigenlijk hetzelfde als onze vereniging. We laten elkaar vrij, maar waar mogelijk steunen we elkaar. De nieuwe rubriek genaamd “Turfjes” is hier op gebaseerd.
Hier gaan we interviews en verhalen met diverse KBO-leden plaatsen. De interviews zullen worden gehouden door mevrouw Anne Marie Strous – de Vocht, lid van het redactieteam van de WG PR en Communicatie.


Interview met Anne Marie Strous-de Vocht, 01-05-2024
door Jan Lenders.

Met een grote glimlach op haar gezicht opent ze de deur van haar chalet op de Stille Wille. ‘Het gaat gelukkig weer goed’, antwoordt ze op mijn vraag, hoe het met haar gaat. ‘Ik mag weer achter het stuur en het lopen gaat ook een stuk beter’. Enige tijd geleden werd Anne Marie getroffen door een herseninfarct. Gedurende het revalidatieproces werd ze door omwonenden en haar kinderen geholpen: de een ging de post halen, de andere de boodschappen of kwam in deze hechte gemeenschap gewoon een kopje koffie drinken. Een warme deken van lieve en bezorgde mensen zorgde ervoor, dat het revalidatieproces tot een goed einde werd gebracht. De positieve keuring voor haar rijbewijs geeft aan, dat ze voldoende is hersteld. De wereld ligt weer voor haar open…

In de serre van haar prachtige woning wordt mijn aandacht getrokken door een fotocollage van kinderen en kleinkinderen. En op een speciaal plekje staat de foto van haar overleden man Huub. Aan alles kun je zien, dat hier een familie-mens woont. Warm, lief, open, (maatschappelijk) betrokken en toegankelijk.

Anne-Marie is lid van de werkgroep PR en Communicatie en interviewt voor KBO-Meijel een keer per maand een vrijwilliger. Maar steeds meer mensen vroegen zich af, wie er achter dit mooie initiatief zit. Daarom vinden wij het nu dan ook op z’n plaats om haar zelf te interviewen.

Anne-Marie werd 75 jaar geleden geboren in een notarisgezin in Beneden-Leeuwen in het Land van Maas en Waal. Na de lagere school gaat ze naar de kostschool Notre Dame des Anges te Ubbergen, waar ze de Middelbare Meisjes School volgt, vergelijkbaar met de HAVO nu. Tijdens haar vervolgstudie Schoevers komt ze op 19-jarige leeftijd in Amsterdam de liefde van haar leven tegen. Een jongeman uit Roermond, Huub Strous, een 6 jaar oudere rechtenstudent.

Een liefde, die al snel uitmondt in een huwelijk. Nadat hij een aantal jaren had gewerkt op het ministerie van Binnenlandse Zaken, stelt hij aan Anne-Marie de vraag, of zij genegen is om met hem te verhuizen naar Zuid-Limburg. Hij kan daar een burgemeestersfunctie aanvaarden. Samen met haar 2 jonge kinderen verhuizen ze naar het heuvelachtige Zuid-Limburg, waar ze in de ambtswoning in de gemeente Klimmen gaan wonen, wat voor de komende jaren hun “thuis” wordt. Hier worden nog twee kinderen geboren. Met 4 zonen is het gezin nu compleet. Over deze periode zegt ze:’ ik vond het erg leuk om met Huub mee te gaan naar allerlei festiviteiten en recepties. Zo heb ik heel veel bijzondere mensen leren kennen’.

Toen de kinderen wat ouder werden, pakte Anne-Marie de studie weer op en gaat na het behalen van haar HBO diploma Maatschappelijk Werk werken in de opvang voor dak- en thuislozen en drugsverslaafden in Heerlen, naast het station. Ze probeert van deze opvangplek een veilige plek te maken. Een plek, waar de verslaafden en daklozen worden gezien als mens. Een rustpunt in hun moeilijke bestaan.

Er ontstaan 2 werelden, enerzijds het leven als partner van de burgemeester van Klimmen en anderzijds de maatschappelijk werkster in een van de moeilijkste sectoren van onze maatschappij. Anne-Marie weet evenwel deze twee werelden te koppelen. Kledinginzamelacties bij andere (burgemeesters)vrouwen of het inhuren van een schoonheidsspecialiste voor de minderbedeelde vrouwen zijn hiervan voorbeelden. Zij heeft deze mensen laten zien, dat ze in hen geloofde. En als je dan samen met je man aan het winkelen bent in Heerlen en er wordt een muzikale ode, speciaal voor Anne-Marie geschreven, gebracht door een thuisloze, dan weet je dat je iets speciaals hebt gedaan voor deze groep mensen.

Door ook af en toe de kinderen mee te nemen naar deze opvang liet ze ook aan hen zien, dat er naast hun thuissituatie nog een andere wereld was. ‘Het was goed voor hen om alle kanten van de maatschappij te leren kennen’ zegt ze nu.

Toen haar man later door de gemeentelijke herindeling ook burgemeester werd van Voerendaal, kwam ze daar een van haar vroegere cliënten tegen, die aangaf dat hij mede door haar toedoen het oude bestaan had verlaten en nu een nieuwe toekomst aan het opbouwen was. Terwijl ze dit vertelt, zie ik dat ze daar trots op is.
Na het pensioen van haar man is er in eerste instantie het voornemen om te gaan wonen in Roermond, de geboorteplek van Huub. Ze willen echter ook ergens buiten de stad een plekje zoeken, waar ze het stedelijke leven achter zich kunnen laten. Bij toeval komen ze terecht in Meijel. Ze kunnen hier een chalet laten bouwen. Het blijkt al snel dat ze “hun nestje” in Meijel prettiger vinden dan hun appartement in Roermond. Het besluit om permanent in Meijel te gaan wonen, is snel gemaakt. Het grensgebied tussen Brabant en Limburg, wat ook zijn weerslag heeft op de wijze waarop ze hier worden ontvangen, bevalt hen erg goed. Anne-Marie gaat zich in deze periode nog meer toeleggen op het schrijven. Ze doet dat onder de bezielende leiding van Monica Boschman. Ze gaat levensverhalen schrijven voor mensen en wordt uitvaartbegeleidster bij het Humanistisch Verbond. Ze gaat voor in de afscheidsvieringen en vertaalt de gevoelens van de familieleden en zet deze op schrift. Dit doet ze tot 2016.
In 2016 sterft Huub. Voor Anne-Marie was Huub: ik citeer “meer dan 45 jaar de rots in de branding. Hij was er altijd. Een solide en onvoorwaardelijk liefhebbende echtgenoot; warm, betrouwbaar, geestig, gezellig en geïnteresseerd”. Echte liefde dus.

Het schrijven van levensverhalen voor het Humanistisch Verbond zet ze stop. Dit komt na de dood van Huub te dichtbij. Ze schrijft een verhaal over haar eigen jeugd voor haar kleinkinderen. Twee boekjes met een beperkte oplage zien het levenslicht. Heel trots is ze als een paar van de kleinkinderen haar vragen een gedeelte van een van de boekjes voor te lezen op een voorleesdag op school.
Schrijven is haar hobby; met een aantal amateurschrijvers, verspreid door het hele land, zit ze in een clubje mensen die maandelijks een verhaal schrijven over een bepaald onderwerp. Samen met deze groep bespreken ze elkaars werk en proberen ze elkaar nog beter te maken. Toen KBO-Limburg op zoek was naar mensen in de redactieraad, was dit het moment om haar schrijverskwaliteiten aan te bieden. Dat al snel daarna KBO Meijel haar wist te vinden, vindt ze erg leuk. Ze geeft aan terecht te zijn gekomen in een warm nest.

Op mijn vraag of ze voor KBO Meijel een soort schrijversclub zou willen op zetten, knikt ze positief. Geen historische verslagen zoals Medelo, maar een verhalenreeks van en door de KBO-leden waar de anekdotes, de ‘kwajongens-verhalen’ en de gevoelens van de jaren 50-60 aan het papier worden toevertrouwd.

Een KBO, waar ze zich trouwens erg thuis voelt. “Het zijn TOP-vrijwilligers, de leden zijn vriendelijk en erg aardig. Ik voel me dan ook helemaal thuis.”

Het schrijven zit haar in het bloed. ”Mensen en verhalen zijn boeiend, je leert hen en hun beweegredenen daardoor beter kennen en het vertellen van hun levensverhalen werkt vaak verbindend.”


Interview met Jan Manders, 22-03-2024
door Anne Marie Strous- de Vocht

‘Het is belangrijk, dat de financiën van een vereniging goed in orde zijn’, zegt Jan Manders, sedert twee en een half jaar penningmeester van de KBO in Meijel. ‘De administratie moet zuiver en goed in orde zijn, zodat de andere gelederen hun werk goed kunnen doen. Alle zaken moeten verantwoord en betaalbaar zijn en goed worden vastgelegd. Ik werk graag met cijfers, maar ook met en voor mensen, daarom doe ik dit werk voor de KBO met veel plezier. Het werk is ook een welkome tegenhanger voor het dagelijkse werk met mijn kinderen. En het ligt in het verlengde van mijn opleiding.’

Jan Manders is een toegankelijke, vriendelijke man met een positieve kijk op het leven.
Het werk voor de KBO ligt Jan na aan het hart. Het penningmeesterschap is bijna dagelijks werk, gelukkig kan hij daarvoor ook veel thuis doen.
Behalve met het penningmeesterschap houdt hij zich momenteel ook bezig met de hulp bij belasting aangifte (HUBA), samen met 2 andere commissieleden. Hierbij wordt ook geholpen met het aanvragen van zorgtoeslag, huurtoeslag en energietoeslag. Ook Oekraïense vluchtelingen worden hiermee geholpen; deze mensen hebben vaak moeite met de ingewikkelde Nederlandse regels en voorschriften.
Daarnaast houdt Jan zich nog bezig voor de KBO met de vrijwilligersdag en de klankbordgroep. Jan is een ervaren bestuurder, hij was onder andere lid van het bestuur van de basisschool, de voetbalclub en ‘Misty fields’. Dat laatste houdt de organisatie van festivals in.

Jan is opgegroeid in Meijel. Als ik naar zijn jeugdherinneringen vraag, vertelt hij over het zwembadje in het Deurnes kanaal, vlak bij zijn ouderlijk huis. Daar werd door de gemeente, bij gebrek aan een zwembad, een stukje afgegraven, waar de jeugd kon zwemmen.
Het werd “het Evertje” genoemd, naar de opa van Jan.
Als jongste van 6 kinderen had Jan een mooie jeugd in een hecht gezin. Ook nu nog is de band goed en sterk, er is veel onderling contact.
Jan was, voordat hij vervroegd stopte met werken in verband met de zorg voor zijn kinderen, 35 jaar economieleraar op het ROC, het regionaal opleidingscentrum voor beroepsonderwijs. Hij was werkzaam in Venlo en Roermond en deed  zijn werk met veel overgave. De laatste 20 jaar was hij ook stage-coördinator, waarbij hij leerlingen begeleidde die naar alle streken uitzwermden.
In 2015 moest hij echter stoppen met zijn werk, omdat zijn vrouw Ria de zorg voor hun kinderen niet meer alleen aankon en later zelf ook zorg nodig had.
De kinderen van Jan en Ria zijn 38 en 35 jaar oud. Ze zijn beiden ernstig meervoudig beperkt, en lijden aan een erfelijke progressieve spierziekte,  genaamd Myotone Dystrofie. Deze ziekte komt voor bij een op de 8000 mensen, vaker nog dan ALS. Toch is er nog weinig over bekend. Ook Ria had deze erfelijke spierziekte. Toen ze 35 jaar oud was, werd de ziekte bij haar ontdekt.
Jan praat met heel veel warmte en liefde over zijn kinderen Mark en Mieke. Hij heeft jarenlang thuis voor hen gezorgd, aanvankelijk samen met zijn vrouw Ria. Vier jaar geleden is Ria vrij plotseling gestorven. De laatste jaren was ze zelf ook veel afhankelijk van de hulp van Jan. Ze wist dat ze niet oud zou worden, bij Myotone Dystrofie overlijden mensen meestal tussen hun vijfenveertigste en zestigste levensjaar.
Toen stond Jan dus alleen voor de zorg van zijn kinderen. ‘Als ik flink genoeg ben om hen op de wereld te zetten, kan ik ook sterk genoeg zijn om ze volwassen te laten worden’, zegt Jan. Daarmee gaf hij zichzelf een grote opdracht. Hij verdiepte zich in het ziektebeeld en probeerde er het beste van te maken. ‘Accepteren en niet zeuren’ is zijn motto.
‘Ik heb twee hele lieve kinderen’, zegt hij trots. ‘Als ik ze in de ochtend uit hun bed hielp en verzorgde, was Mark al vrolijk aan het babbelen. Hij functioneert op het niveau van een twee en een half jarige. Mieke kan wat beter communiceren, zij functioneert op het niveau van een zesjarige.’
Jan en Ria hadden geen hulp bij de thuisverzorging van hun kinderen, ze wilden een vast ritme en rust in hun huishouden. Dat hield wel in dat Jan, vooral in de avonden en in de weekends, heel veel bezig was met de zorg.
De kinderen gaan wel allebei naar een dagbesteding.
‘Bovendien ben ik gezegend met hele goede vrienden’, vertelt Jan, ‘ze gaan ieder jaar een week  mee op vakantie en nemen dan de zorg voor de kinderen over. We huren dan een huisje en trekken er op uit met Mark en Mieke. Dat zijn echte hoogtepunten.’
In 2016 hoorde Jan over het plan om een woonbegeleidingscentrum op te zetten in Meijel. Daar heeft hij vanaf het begin over meegedacht en aan meegewerkt. Het hele proces daarvan was niet gemakkelijk, er waren heel wat tegenslagen te overwinnen.
Maar uiteindelijk staat het er: een prachtig, functioneel gebouw, dat een thuis is geworden voor de kinderen van Jan. Afgelopen januari verhuisden Mark en Mieke naar hun nieuwe ‘thuis’, evenals verschillende andere nieuwe bewoners.
Na alle jaren van inspanning en voorbereiding is dan ook de voldoening groot.
Ook voor Jan; hij ziet dat Mark en Mieke daar gelukkig zijn. ‘Ik voel gepaste trots op wat er bereikt is’.
‘En als mijn kinderen gelukkig zijn, ben ik het ook’.
Omdat Mieke en Mark goed voorbereid waren en omdat Jan heel veel binnenloopt in  ‘Beckershof’ verliep de overgang voor hen vrij soepel. ‘Het prettige is, dat ik me geen echte bezoeker voel in het huis, ik kan mee aanpakken en komen en gaan, wanneer ik daar behoefte aan heb. De kinderen accepteren dat als heel gewoon. Ik was ook nauw betrokken bij het aannemen van personeel en dat voelt ook goed.’
Al is het voor Jan niet altijd gemakkelijk om zijn kinderen te moeten missen, het geeft hem natuurlijk ook een gevoel van vrijheid. Toch moet Jan daar nog echt aan wennen. ‘Ik heb soms last van het “lege nest syndroom”, vertelt hij. ‘Van de andere kant besef ik nu ook, wat ik gemist heb door de constante zorg en verantwoordelijkheid. Daar wil ik nu wat van gaan inhalen. In het najaar ga ik op vakantie met een vriend, we hebben een huisje gehuurd in Zeeland en zijn van plan daar te gaan fietsen en wandelen.’
Jan is zeer nauw betrokken bij de Stichting Begeleid Wonen Meijel. Behalve dat hij de handen uit de mouwen steekt, als er hulp nodig is, is hij ook penningmeester van het stichtingsbestuur.
Toch is er nu ook wat tijd voor zijn hobby’s. Jan schrijft, hij fietst graag, verdiept zich in de oorsprong en geschiedenis van verschillende soorten wijn, hij leest veel en luistert naar muziek.
Op mijn vraag: ‘wat zou je nog graag willen delen met KBO-leden?’, wil hij nog wel het volgende kwijt: ‘Ik heb heel veel respect voor alle mensen, die zich inzetten voor de KBO.
Er wordt hard gewerkt door alle vrijwilligers daar. Vrijwilligers doen hun werk, omdat ze dat nodig vinden, ze halen voldoening uit hun belangeloos werk voor andere mensen. Daar probeer ik ook mijn steentje aan bij te dragen’.


Interview met Jacqueline Vestjens en Mat Janssen, 17-01-2024
door Anne Marie Strous- de Vocht

Mat en Jacqueline zitten al klaar met de koffie. Ze zijn hartelijk en enthousiast.
Ze leerden elkaar al op jonge leeftijd kennen in Meijel. Ze woonden hemelsbreed nog geen kilometer van elkaar.
Mat (78) werd geboren op de Steenoven. Hij groeide op in een groot gezin met zes broers en twee zussen. Zijn ouders hadden een gemengd agrarisch bedrijf. ‘Ik had een schitterende jeugd’, zegt Mat. ‘Zo trok ik met broers, jongste zusje en neef Pierre de bossen in rond de Steenoven met zelfgemaakte pijl en boog. We bouwden hutten en groeven kuilen voor de ‘vijand’. Ondanks het feit dat onze ouders het druk hadden met de boerderij en hun negen kinderen, hebben we een liefdevolle en goede opvoeding gehad.’
Jacqueline (77) groeide samen met twee broers en twee zussen op in een boerderij met tuinderij en kippen aan de Nederweerterdijk. ‘Ik had een fijne jeugd, daar ben ik heel dankbaar voor.’
Mat vertelt met veel passie over zijn werk. Dat begon al vroeg, op zijn zestiende in een fabriek voor stalen buizen. Hij werd actief bij de Katholieke Arbeidersjeugd (KAJ) en daar werd hij na enkele jaren beroepskracht. Na 6 KAJ-jaren volgde een lange loopbaan binnen de vakbeweging als provinciaal secretaris van het NKV, nadien de FNV.
Na hun huwelijk verhuisden ze in verband met Mat zijn werk naar Heerlen. Vooral voor Jacqueline was dit in het begin niet gemakkelijk. Want het was een hele overgang om de boerderij in Meijel te verruilen voor een appartement twaalf hoog in de Mijnstad Heerlen. Haar ouders zeiden tegen elkaar: ‘Ons Jacquelientje went daar nooit, in het zuiden.’ Jacqueline leerde er echter snel nieuwe mensen kennen en maakte er met haar rustige en bescheiden aard vrij snel leuke vrienden en pakte ook het Zuid-Limburgse dialect aardig op. Een nieuwe vriendin adviseerde haar om te gaan werken bij de thuiszorgorganisatie van de Oostelijke Mijnstreek. Dat was een gouden greep. Jacqueline voelde zich in de zorg voor ouderen helemaal in haar element.
Mat en Jacqueline verhuisden na enkele jaren naar Geleen. Daar werd Jacqueline actief in de parochie. Ook ging de zorg voor haar ouders in Meijel meer aandacht vragen. Zo zette Mat – als hij de bestuursvergaderingen van de vakbond in Amsterdam bezocht – Jacqueline in Meijel af en haalde haar daar op de terugweg weer op.
Jacqueline is iemand die heel goed kan luisteren en zegt vol overtuiging: ‘De zorg voor anderen heeft mijn leven verrijkt.’
Mat was een gedreven werker, die zijn functie binnen de vakbeweging altijd met veel overgave en grote inzet heeft uitgeoefend. ‘Ik heb me al die jaren ook hard gemaakt voor de emancipatie van de vrouw binnen de vakbeweging. Daarom was ik best vereerd, toen ik in 1998 de Emancipatieprijs van de gemeente Sittard in ontvangst mocht nemen.’ Overigens was ook Mat in hun Geleense jaren actief binnen de parochie.
Tot zijn groot verdriet moest Mat op zijn zestigste vervroegd stoppen met zijn werk vanwege een ernstige vorm van dystrofie. ‘Dat was erg lastig’, verzucht hij, ‘om plotsklaps thuis te moeten zitten.’ Jacqueline ging in die periode met de VUT. ‘Na lang beraad besloten Jacqueline en ik om terug te gaan naar Meijel.’ Dit betekende, dat ze hun sociale kring in Geleen moesten achterlaten. ‘Maar in Meijel waren we dichter bij familie en werden we met open armen ontvangen.’ In alle jaren in Zuid-Limburg zijn Mat en Jacqueline altijd authentiek Meijels met elkaar blijven praten. ‘Het was fijn om dat nu weer overal om ons heen te horen.’
Jacqueline is heel rustig, maar ze weet heel goed wat ze wil. Ze zegt: ‘We kunnen allebei moeilijk tegen onrecht en proberen voor die mensen iets te betekenen.’
Mat vervolgt: ‘In 2006 waren de verhuisdozen in Meijel nog niet uitgepakt, of we werden benaderd om actief te worden bij de KBO. We coördineerden de verspreiding van het magazine ‘de Nestor’ en waren betrokken bij de organisatie van ledenactiviteiten, zoals de jaarvergadering, de Kerstviering, dagtochten, wandelingen en informatiebijeenkomsten.’ Jacqueline vult aan: ‘ Ook organiseerde je vakantietrips voor de KBO; niet alleen in eigen land, maar ook naar België en Duitsland. Die buitenlandse reisjes gingen we – uiteraard op eigen kosten – samen ter plekke voorbereiden. Zo kon alles tot in de puntjes worden geregeld. En tegelijkertijd was het een leuk weekenduitstapje.’
Jacqueline zingt al sinds haar jeugd heel graag. ‘Ook momenteel ben ik nog actief bij zowel het kerkkoor in Meijel als bij het gemengd koor de Veengalm in Neerkant.’ Een zeer actief koor, dat onlangs met een groot feestprogramma haar 100-jarig bestaan vierde. Onderdeel van dat programma was een Mariaconcert in de Sint Jan in Den Bosch. Op zondag 26 mei a.s. wordt dit concert nog eens uitgevoerd. Ditmaal in onze eigen ‘kathedraal van de Peel’.
Mat is een enthousiaste schrijver. Hij is een van de drijvende krachten achter het parochieweblog. Hij schreef jarenlang wekelijks de column ‘Nao de Hommis’. En nog steeds schrijft hij samen met kapelaan Roger de wisselcolumn ‘Vanuit de zijbeuk’. ‘Een aantal jaren heb ik ook met heel veel plezier de ‘Vastelaovesmis’ geschreven.
‘Een half jaar na onze verhuizing vroeg de Vakbondshistorische Vereniging mij om in een landelijke serie ‘Het gezicht van de Vakbeweging in de regio’ een aantal ‘portretten’ te maken van een aantal vakbondsmensen in Limburg. Het uiteindelijke resultaat was een honderdtal interviews, die in twee boekjes zijn vastgelegd.’ ‘Stukjes schrijven wil ik blijven doen, zolang het kan. Een herseninfarct – een paar jaar geleden – bemoeilijkt het weliswaar, maar het lukt nog steeds en het bezorgt me een goed gevoel.’
Vorig jaar was het paar vijftig jaar getrouwd. Door de gezondheidsproblemen van Mat werd het in kleine kring gevierd. Desalniettemin was het een onvergetelijke dag.
Jacqueline: ‘Ik heb hier in het dorp opnieuw leuke mensen om me heen en we hebben nog steeds fijne vrienden uit vroegere jaren. Ook bij de KBO help ik nog graag een handje. Ik breng onder andere nog het maandblad ‘Ons’ en de overlijdensberichten rond.’
Zo blijven beiden nauw betrokken bij de KBO en de Meijelse gemeenschap, die deze twee mensen zo dierbaar is.


Interview met Lies Hanssen-van Enckevort, 15-11-2023
door Anne Marie Strous- de Vocht

‘Vrijwilligerswerk doe je niet voor het geld, maar met je hart’ zegt Lies Hanssen vol overtuiging.

Ik zit tegenover Lies in het mooie nieuwe huis, waar ze nog niet zo lang woont met haar partner Geert. Ze vertelt met passie over haar werk voor de KBO in Meijel.
Lies maakt gemakkelijk contact, dus het wordt een heel prettig gesprek.
Ze is al heel lang lid van de KBO, vanaf 2005 is ze al actief bezig. In 2006 werd ze gevraagd om toe te treden tot het bestuur van KBO Meijel, iets wat ze met plezier deed. Ze was gestopt met haar werk als gastvrouw/ groepsleidster bij de ’Widdonck’ en werd meteen gevraagd om in het bestuur te komen van KBO-Meijel.
Een jaar daarna, in 2007, volgde Lies de cursus ouderenadviseur. Na het behalen van het diploma van deze cursus kun je ouderen, maar ook hun naasten, ondersteunen en adviseren met diverse hulpvragen.‘ Ik hielp, ook via het infoloket, samen met andere ouderenadviseurs, heel veel mensen met vragen’ vertelt Lies. ‘Dat vond ik heel bevredigend werk. De diversiteit van de vragen was heel boeiend. Zo kwamen er mensen met vragen over welzijn en zorg, hulp in de huishouding, echtscheiding, bedreigingen, relatieproblemen, vragen over de WMO en vaak vragen van nieuwe bewoners hier in Meijel. De laatsten hielp ik om hier hun weg te vinden, in de verenigingen en ondersteuningspunten. Ik had er plezier in om dingen uit te zoeken via de gemeente of andere instellingen. Uiteindelijk kwam ik dan wel met een oplossing of een doorverwijzing. Dat adviseurswerk doe ik trouwens nog steeds graag.’
Lies houdt ook ‘keukentafelgesprekken ‘als daaraan behoefte is. ‘Je moet zoeken naar de vraag achter de vraag’ zegt ze. ‘Mensen zijn vaak eerst wat terughoudend, maar na een tijdje ontstaan er vaak diepe gesprekken, over bijvoorbeeld ruzies in de familie of over eenzaamheid. Natuurlijk verwijs ik soms door naar Maatschappelijk Werk, sommige problematiek is te gecompliceerd. Er zijn ook mensen, die naar mij gevraagd hebben en bij wie ik vraag: kom ik als Lies Hanssen of als ouderenadviseur? Het belangrijkste in deze functie is goed kunnen en willen luisteren. Als er mensen eenzaam zijn en diep in de put zitten, vraag ik me af: wat kan ik in deze situatie voor hem of haar betekenen? Dan ga ik stapje voor stapje met iemand zoeken naar mogelijkheden, bij voorbeeld een computercursus volgen via de KBO, of vrijwilligerswerk, waarbij iemand van betekenis kan zijn’.
Lies was ook coördinator bij “Het Eetpunt” bij Sint Jozef Wonen en Zorg. Daarvoor maakte ze de roosters en ze hielp mee met opdekken, serveren en afruimen. Het was werk, waar ze veel voldoening van kreeg.
Ze organiseerde, na een vraag van enkele heren, kookcursussen voor mannen bij “ Oppe Koffie”. Een groep mannen hiervan is nog steeds actief samen.
Daarnaast zat ze in de werkgroepen ziekenbezoek en helpt ze mee met de organisatie van de informatie-middagen. De onderwerpen hiervan zijn heel verschillend, bijvoorbeeld : eenzaamheid, waakzaam en dienstbaar, de workshop geheugentraining, brandveiligheid, pensioenen, erfrecht en nalatenschap, dorpsondersteuner voor Meijel, ouderenmishandeling en nog vele andere thema’s.
Vorig jaar heeft Lies, samen met wijkagent Ton de Bruin, mede gezorgd voor de actie ‘warme dekentjes’. Via de politie werden er, in verband met de hoge energieprijzen, dekentjes uitgedeeld aan mensen, die in de vergetelheid waren geraakt, mensen die eenzaam waren en weinig inkomsten hadden, om hen een hart onder de riem te steken. Lies heeft gezocht, samen met andere werkgroepen van de KBO, naar adressen waar de dekentjes goed terecht kwamen. ‘Dat was mooi om te mogen doen’ vertelt Lies.
Het betrokken zijn bij mensen, zorg hebben voor hen, die in lastige omstandigheden verkeren, is Lies met de paplepel ingegeven. Ze houdt van mensen en wil graag, als het nodig is, hulp verlenen.
Lies is geboren in een gezin van11 kinderen op een boerderij in ‘De Hoek’. Als ze vertelt over haar jeugd is dat met veel warmte. Haar ouders hielden heel veel van elkaar en ze gaven hun kinderen een goede, stabiele basis mee in het leven. De kinderen hadden altijd hun broers of zussen om samen buiten te spelen, er was ruimte genoeg. De vader en moeder van Lies waren ook heel sociaal, ze hadden een onderduiker in huis tijdens de oorlog en later namen ze een weeskind op in hun gezin. ‘Die sociale instelling is een voorbeeld, dat je meeneemt in je leven’ zegt Lies. Ook nu nog is er een gezellige wekelijkse koffiemiddag samen met zusjes en schoonzusjes.
Toen Piet, de echtgenoot van Lies, ernstig ziek werd in 2010, stopte zij tijdelijk met haar werk voor het bestuur van de KBO om voor haar man te kunnen zorgen. In 2012 is Piet, na een lang ziekbed, gestorven.
‘Zes weken na de dood van Piet kwamen ze hier vragen, of ik weer terug in het bestuur van KBO Meijel wilde komen. Dat heb ik gedaan en de werkzaamheden in het bestuur hielpen me ook om het leven weer op te pakken. Na een korte tijd vroeg men mij als voorzitter van het bestuur. Dat vond ik een grote eer en ik heb die functie met heel veel plezier vervuld. Ik was de eerste vrouwelijke voorzitter hier in Meijel. In 2017 ben ik afgetreden als voorzitter. Ik was 11 jaar bestuurslid geweest in de functies van vicevoorzitter en voorzitter.
Lies kreeg bij die gelegenheid voor al haar verdiensten een zilveren speld, met bijbehorende oorkonde, uitgereikt door de voorzitter van de regio. In 2022 kreeg ze van KBO Meijel een welverdiende onderscheiding als “verdienstelijk lid.”
Nog steeds is Lies actief als lid en als ouderenadviseur en ze verbindt mensen aan elkaar via het ‘maatjesproject’. Ze is heel toegankelijk en ze wil iedereen, jong en oud, die daar behoefte aan heeft, nog graag veel hulp bieden.
Lies heeft drie zonen, waarvan een in het buitenland woont. Samen met haar partner Geert zijn er dan ook plannen om in het voorjaar naar hem in de Verenigde Staten te reizen.
Lies en Geert gaan graag op vakantie en omdat ze beiden nog fit zijn, is wandelen en fietsen ook een geliefde vrijetijdsbesteding.
Lies eindigt met: ‘Ik heb een goed leven en ik ben, ondanks dat er natuurlijk ook verdriet is, dankbaar en tevreden’.


Interview met Wilhelmien Janssen-Jaspers , 27-9-2023
Door Anne Marie Strous- de Vocht

‘Ik heb een mooi, bevredigend leven gehad’ zegt Wilhelmien, ‘en dat heb ik nog steeds. Natuurlijk met ups en downs, maar van de keuzes die ik gemaakt heb , heb ik nooit spijt gehad. Daarin staan nu, naast natuurlijk mijn kinderen, het werk voor de KBO en het bridgen, centraal.’
Wilhelmien is een vriendelijke, goed uitziende vrouw, geboren en getogen in Meijel. Haar ouders hadden een horecazaak , het vroegere Oranjehotel, nu Grand Café ‘Goejje”.
Daar groeide Wilhelmien op, als oudste dochter van een gezin met 7 kinderen.
‘Ik wilde zelf graag naar kostschool, zo kwam ik in Oirschot terecht op de Ulo bij de Franciscanessen. De bedoeling was dat ik verder studeerde, maar ik koos er toch voor om thuis in de zaak te gaan werken. Vanaf mijn vijftiende werkte ik in de horeca bij mijn ouders. Ook hielp ik mijn vader op kantoor en haalde op die manier mijn boekhoud- en horecadiploma’s.’
Toen ze haar man ontmoette wilde hij ook wel in de zaak komen, samen namen ze het Oranjehotel over toen haar ouders er mee stopten. Over die jaren kan Wilhelmien boeiend vertellen.
‘Het was veel werken in die tijd. Ik werkte meestal achter de coulissen, mijn man zorgde voor het gastheerschap in de zaak. Zo waren we allebei goed op onze plek. Ik zorgde voor de kinderen, het koken, ook voor grote feesten en partijen, de was, en alles wat vlot moest verlopen. In de avonden kwam ik voor in de zaak om te assisteren en om het met de klanten gezellig te hebben.
Een hoogtepunt in de zaak was wel het ontvangen van de Koninklijke familie op Koninginnedag in 1986.Een prachtig gebeuren.
Ook de gouverneur en andere hoogwaardigheidsbekleders mochten we ontvangen, waarvoor ik een “potje” mocht koken!
Ik heb het nooit erg gevonden om hard te werken. Tot het, na de dood van mijn man, te veel werd.’
Wilhelmien werd op 49jarige leeftijd vrij plotseling weduwe. ‘Er was weinig tijd om te rouwen, ik moest door. Voor de kinderen, met de horecazaak. Gelukkig kreeg ik in die tijd veel steun van het personeel en ook mijn zonen hielpen waar ze konden’. Toch verhuurde Wilhelmien toen ze 52 was het familiehotel. Daar is nu wel wat veranderd, maar Wilhelmien zit er vaker op het terras en ziet dan met plezier hoe druk het er is. ‘Ik gun het hen graag’ zegt ze.
Na de overdracht van de zaak veranderde het leven drastisch voor Wilhelmien ‘Opeens was ik echt alleen als ik thuiskwam. Dat was ik, opgegroeid in een groot gezin en altijd mensen over de vloer, niet gewend. Toen leek het of ik pas echt kon gaan rouwen. Het was geen gemakkelijke tijd. Gelukkig had ik mijn kinderen en familie dichtbij. In die tijd kwam ik een vrijwilliger tegen die de kaartjes rondbracht van de overleden KBO-leden. Daar ben ik toen ook mee begonnen en zo rolde ik van het een in het ander. Ik ben graag dienstbaar, dat was ik in mijn werk ook gewend. Bij de KBO werd ik al snel gevraagd voor verschillende werkgroepen, de werkgroep ‘Op Pad, de werkgroep ‘Bijzondere Evenementen’ en de P.R. commissie. Ook was ik mede bezig met het organiseren van de vakanties van de KBO. Op die manier besteedde ik mijn vrije tijd nuttig.
De KBO is een belangrijk onderdeel van het leven van Wilhelmien. Ze kent heel wat mensen in haar geboortedorp, en veel mensen kennen haar. Wilhelmien voelt zich zeer verbonden met Meijel en het verenigingsleven.
Samen met haar man richtte ze in 1989 Bridgeclub Meijel op, die nog steeds 60 leden heeft. Iedere dinsdagavond bridgen ze in ‘de Heere van Meijel’. Die gelegenheid is het ouderlijk huis van haar moeder, en Wilhelmien komt er graag. Ze speelt best aardig en met veel enthousiasme. Haar moeder speelde nog tot haar 94e jaar, dus het zit wel in de familie. Ook haar broers en zussen bridgen graag en daardoor worden er regelmatig kaartmiddagen georganiseerd met de familie.
‘Voor mij zijn de werkzaamheden voor de KBO en het bridgen belangrijk’ vertelt Wilhelmien. ‘ Als ik tijd heb doe ik mee met de activiteiten van de KBO, zoals meegaan met de dagtochten, wandelen, meehelpen op de kaartmiddagen, organiseren van evenementen, meedoen met de nieuwe Pub Quiz en ik dans nog graag. Dat was heel leuk op de kermisactiviteit van de KBO. Ook als er Nieuwjaars-treffen is van Die ‘Heimat Kapelle’ waar ik erelid van ben, maak ik graag nog een dansje ’zegt ze met een knipoog.
Verder was Wilhelmien met veel plezier actief bij de fietsvierdaagse, waar ze nog steeds bij betrokken is, en werkte ze in de Wereldwinkel, waar ze de administratie voor deed.
Te veel om op te noemen dus!
Het Aspergegilde riep Wilhelmien uit als de lokale held van Meijel, en dit jaar kreeg ze van de KBO een welverdiende vrijwilligersonderscheiding.
Ook een hoogtepunt was voor Wilhelmien wel het ontvangen van een Koninklijke onderscheiding. ‘Ik wist van niets’ vertelt ze. ‘Ik kwam net terug van de voorbereidingen voor de jaarvergadering van de KBO, toen ik mensen in mijn huis zag. De hele familie was er, en toen kreeg ik toch wel iets door. De burgemeester, Wilma Delissen, reikte de onderscheiding uit. Het was een geweldige ervaring‘. Ze vult aan ‘maar daar doe ik het allemaal niet voor. Ik vind het mooi als ik iets kan betekenen voor mensen’.
Het leven van Wilhelmien is dus goed gevuld. Al haar broers en zussen leven nog, en er is onderling een hechte band. Ieder jaar wordt er een familiereünie georganiseerd waar iedereen erg van geniet.
Ze is een tevreden mens, Wilhelmien. Omdat ze zelf veel onderneemt is ze vaak op pad.. ‘Maar ik kan goed alleen zijn’ zegt ze, ‘soms is dat wel prettig. Ik ga nu ook wel afbouwen met wat activiteiten, ik merk dat ik af en toe rust ook wel fijn vind. Ik zoek nu vooral de gelegenheden op en de mensen waar ik me goed bij voel. En dat zijn er heel veel!